City Multi VRF R32 YXM Ontwerp
Aandachtspunten voor installatieontwerp
Deze pagina geeft een compact overzicht van de belangrijkste ontwerp- en veiligheidsaandachtspunten voor het City Multi R32 YXM VRF systeem. Voor de ontwerpuitgangspunten wordt de richtlijn IEC 60335-2-40 gehanteerd.
Indien de installatie expliciet conform EN 378 ontworpen dient te worden, dienen aanvullende installatiecomponenten worden toegevoegd (losse koudemiddelsensoren en voedingsmodules).
YXM units en specificaties
Bekijk alle beschikbare technische specificaties en mogelijkheden van het City Multi VRF YXM.
Direct naar de productenYXM binnenunits
Koudemiddelsensor
Voor binnenunits geldt een minimale ruimteoppervlakte van 7,3 m2. Alle MS-binnendelen zijn standaard voorzien van een geïntegreerde koudemiddelsensor. Deze sensor heeft een levensduur van 30 jaar en dient te worden vervangen bij een vastgestelde koudemiddellekkage of bij een vals alarm.
Koudemiddeldetectie en alarmering
Bij detectie van koudemiddel wordt de koudemiddelstroom automatisch afgesloten.
- In een R2-systeem gebeurt dit via afsluitkleppen in de BC-controller.
- In een Y-systeem gebeurt dit via een separate afsluitklep.
Tegelijkertijd wordt in de betreffende ruimte via de afstandsbediening een visueel en auditief alarm gegenereerd. Meldingen kunnen desgewenst potentiaalvrij worden doorgegeven aan een extern beheersysteem via de connector PAC-SA88 HA-E.
Aandacht voor valse alarmen
Bepaalde gassen kunnen onbedoeld een detectie veroorzaken. Houd rekening met onder andere:
- Propaan / butaan (bijvoorbeeld spuitbussen)
- Aceton / ethanol (medicijnen, antiseptica, verf)
- Rook (bijvoorbeeld houtskool)
Ondergrondse verdiepingen
Binnenunits die worden geplaatst in een ondergrondse verdieping vereisen aanvullende veiligheidsmaatregelen. Overleg deze situatie altijd vooraf met Alklima.
BC-controller (R2-systeem)
Installatieruimte
De BC-controller dient op een minimale installatiehoogte van 1,8 meter te worden geplaatst. De controller mag niet worden geïnstalleerd in een ruimte waarin een cv-ketel of elektrische heater aanwezig is. Voor de installatieruimte van de BC-controller moet worden beoordeeld of aanvullende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn.
De minimale vloeroppervlakte van de ruimte wordt bepaald aan de hand van de volgende formules:
Amin = m / (h × CF × LFL)
- CF = 0,597
- m = totale koudemiddelvulling van het systeem [kg]
- h = lekhoogte BC-controller [m]
- A = vloeroppervlakte van de ruimte [m²]
- LFL (R32) = 0,307 kg/m³
Rekenvoorbeeld ruimte
Bij een koudemiddelvulling van 19,6 kg en een installatiehoogte van 2,2 m is een minimale technische ruimte van 49 m2 vereist om zonder aanvullende maatregelen te kunnen werken (CF < 0,597).
Aanvullende maatregelen
Indien niet kan worden voldaan aan de minimale oppervlakte-eis, dienen één of meerdere van onderstaande maatregelen te worden toegepast:
- Aansluiten van een koudemiddelsensor PAC-SL72 SA-E op de BC-controller, waarbij externe ventilatie wordt geschakeld.
- Toepassen van externe mechanische ventilatie met een vast debiet van 131 m³/h, laag bij de vloer geplaatst.
Afsluitklep (Y-systeem)
Techniek toegelicht
Bij een City Multi Y-systeem worden één of meerdere afsluitkleppen CMR-M100 KT-E opgenomen in het leidingwerk. Wanneer één van de achter de afsluitklep aangesloten binnenunits koudemiddel detecteert, worden zowel de vloeistof- als gasleiding automatisch gesloten. Hierdoor wordt de koudemiddelstroom naar de betreffende ruimtes direct onderbroken.
De minimale installatiehoogte van de afsluitklep bedraagt 1,8 meter. Achter één afsluitklep kunnen maximaal 8 binnenunits worden aangesloten met een gezamenlijke capaciteit van 250 punten.
Positionering & veiligheid
Ook de ruimte waarin de afsluitklep wordt geplaatst moet worden beoordeeld op risico. De minimale vloeroppervlakte wordt bepaald aan de hand van de formule:
- Amin = m / (h × CF × LFL)
De uiteindelijke positie van de afsluitklep is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder:
- De leidinglengte L
- De capaciteit van de binnenunits Q
- Het vloeroppervlak van de kleinste ruimte A
- De lekhoogte van de binnenunit h
Deze beoordeling en positionering dienen te worden uitgevoerd met behulp van de Design Tool.
Bediening & buskabel
Ruimtebediening & lokale alarmering
De ruimtebediening PAR-42 MAAB dient in de betreffende ruimte te worden geplaatst. Naast de reguliere gebruikersfuncties is deze bediening voorzien van veiligheidsfunctionaliteit. Bij detectie van koudemiddellekkage genereert de PAR-42 MAAB een visueel en auditief alarm en toont zij een bijbehorende foutcode.
Supervisorfunctie
Conform IEC 60335-2-40 is voor utiliteitsgebouwen een aanvullende waarschuwing vereist op een gemonitorde locatie, de zogeheten supervisorruimte. Een supervisorruimte is verplicht wanneer één of meerdere van de onderstaande situaties van toepassing zijn:
- De ruimte is ingericht om in te slapen (bijvoorbeeld hotelkamers)
- Personen zijn beperkt in hun bewegingen (bijvoorbeeld ziekenhuizen)
- Het aantal aanwezige personen is niet gereguleerd
- De ruimte is toegankelijk voor personen die niet bekend zijn met de vereiste veiligheidsmaatregelen
De PAR-42 MAAB kan zowel worden ingesteld als reguliere ruimtebediening als als supervisor-monitoringsbediening, waarmee centrale alarmering mogelijk wordt.
Buskabel
De aanleg van de buskabel wijkt af van de bekende City Multi VRF R410A-systemen. Bij de R32 YXM VRF-systemen dient een buskabel te worden aangebracht tussen de buitenunit en de BC-controller of afsluitklep.
Vanuit elke BC-controller of afsluitklep loopt vervolgens een buskabel waarop de binnenunits worden gekoppeld die op de betreffende BC-controller of afsluitklep zijn aangesloten.
