De warmtepompwereld is in beweging
De warmtepompwereld is in beweging, en niet zo’n beetje ook. Waar de afgelopen jaren vooral de aandacht was gevestigd op de energieprestatie (BENG) en materiaalgebruik (MPG) te optimaliseren, staat de sector nu voor een fundamentele omslag: de koudemiddelentransitie. De herziening van de Europese F-gassenverordening in 2024 werkt als katalysator. Fabrikanten, installateurs en adviseurs moeten versneld keuzes maken, die ingrijpen in productontwerp, installatieconcepten en veiligheidsfilosofieën. Volgens Martijn van Leerdam, Coördinator Productmanagement bij Alklima, exclusief distributeur van Mitsubishi Electric klimaatsystemen, is dit dé bepalende trend in de markt voor de komende jaren.
In comfortverwarming en -koeling is R290 de dominante eindoplossing
“De regels zijn in 2024 niet alleen aangescherpt; en eenaantal maatregelen zijn twee jaar eerder van kracht verklaard”, zegt Van Leerdam. “Dat betekent dat de uitfasering van koudemiddelen met een hoge GWP-waarde in een stroomversnelling is geraakt. Voor fabrikanten is dat een enorme opgave, want vrijwel elke productlijn moet opnieuw worden ontworpen. Mitsubishi Electric als wereldwijde fabrikant, die de meeste componenten in huis onder eigen regie ontwikkeld, is hier klaar voor”
De kern van de transitie is de verschuiving van synthetische koudemiddelen naar natuurlijke alternatieven. In de warmtepompmarkt gaat het dan met name om R290 (propaan)en R744 (COâ). “Uiteindelijk zullen we in bijna alle productgroepen stapsgewijs naar natuurlijke koudemiddelen moeten”, aldus Van Leerdam. “In comfortverwarming en -koeling is R290 de dominante eindoplossing. COâ zetten we juist in waar dat koudemiddel echt excelleert: bij tapwaterbereiding met hoge temperatuurverschillen.”
Die keuze is niet toevallig. COâ presteert uitzonderlijk goed bij een groot temperatuurverschil, bijvoorbeeld van 10 naar 70 graden Celsius, terwijl dat in ruimteverwarming zelden nodig is. “Voor comforttoepassingen is R290 simpelweg efficiënter”, zegt Van Leerdam. “Maar er zijn wel andere voorschriften van toepassing.”
Veiligheid
R290 is een A3-koudemiddel en dus brandbaar. Dat vraagt om een duidelijk andere benadering van veiligheid. Bij monoblock-warmtepompen is die stap relatief overzichtelijk. “Daar kun je alle veiligheidsmaatregelen in het product integreren”, legt hij uit. “Zo is in een monoblock de ontluchter in het buitendeel voorzien omdat in de binneninstalltie conform regelgeving geen automatische ontluchte meer geplaatst mag worden. De installateur en adviseur dienen dan ook wel op de hoogte te zijn van de aandachtspunten omtrent dit koudemiddel. ”
Complexer wordt het bij split-systemen, een segment dat in Europa veelvuldig wordt toegepast. “Bij split systemen breng je het koudemiddel naar binnen en dat vraagt aanvullende maatregelen”, aldus Van Leerdam. Mitsubishi Electric heeft in haar R290 RZ airconditioninglijn hierop ingespeeld door deze uit te voeren met met koudemiddeldetectier. Waneer koudemiddellekkage wordt gedetecteert zal actieve circulatie opgestart worden. Als aanvullende veiligheidsmaatregel heeft Mitsubishi Electric ee een geurstof toegevoegd die eindgebruikers attenderen op een lekkage. “Het is vergelijkbaar met de geur die we van aardgas kennen. Het is geen genormaliseerde veiligheidsmaatregel, maar wel een belangrijke attentie.”
Versnelde ontwikkelcycli
De verkorte tijdsduur in de aangescherpte regelgeving heeft grote gevolgen voor ontwikkeltrajecten. Producten die nog maar net op de markt zijn, moeten alweer worden herzien. “Normaal ontwikkel je een warmtepomp voor een langere periode”, zegt Van Leerdam. “Mitsubishi Electric heeft de ontwikkeling met R290 in haar producten goed onder controle. Maar het vraagt de markt ook om snel en integraal te denken op dit thema. Dit om efficiënte klimaatsystemen met natuurlijke koudemiddelen succesvol toe te passen in de gebouwde omgeving
Of het nu gaat om (Hybride) VRF systemen in de utiliteit of warmtepompen voor de woningbouw, die integraliteit is volgens hem essentieel. Warmtepompen functioneren niet losstaand, maar als onderdeel van een totaalconcept. “Wij verkopen geen losse producten, we integreren systemen in gebouwen”, stelt Van Leerdam. “Dan kijk je ook naar bouwkundige schil, ventilatie, regeltechniek en afgiftesystemen. Juist door die samenhang goed te ontwerpen, kun je ook de uitdagingen van nieuwe koudemiddelen beheersen.”
Energietransitie
Volgens Van Leerdam is de koudemiddelentransitie meer dan een technische aanpassing; het is een richtinggevende verandering voor de hele sector. “De energietransitie kan niet zonder warmtepompen”, zegt hij. “Maar de overstap naar nieuwe koudemiddelen betekent wel dat sommige bestaande concepten opnieuw bekeken moeten worden”
Europa loopt daarin voorop, maar staat niet alleen. Ook in andere delen van de wereld wordt regelgeving op dit thema aangescherpt. “Europa is zeker een voorloper, maar ook in andere werelddelen bestaan regels voor uitfasering van synthetische koudemiddelen”, aldus Van Leerdam.
De komende jaren zal de sector moeten wennen aan deze nieuwe realiteit. Niet alleen fabrikanten, maar ook installateurs en adviseurs krijgen te maken met andere eisen en verantwoordelijkheden. “Dit is een grotere transitie dan we eerder bij warmtepompen hebben meegemaakt”, besluit Van Leerdam. “Maar uiteindelijk draagt het bij aan een CO2 neutrale gebouwde omgeving.”
BRON: TVVL Magazine